<?xml-stylesheet type="text/css" href="/zp-core/zp-extensions/rss/rss.css" ?>
		<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/">
			<channel>
				<title><![CDATA[COMTOISE KLOKKEN ONLINE MUSEUM  - Nr. 10 MF (Laatste afbeeldingen)]]></title>
				<link>https://morbier-clocks.de</link>
				<atom:link href="https://morbier-clocks.de/index.php?albumname=mariagen-faelschungen/nr.-10-mf&amp;lang=en&amp;rss=gallery" rel="self"	type="application/rss+xml" />
				<description><![CDATA[🇳🇱 Dutch
U kunt het COMTOISE KLOKKENMUSEUM ook vinden op INSTAGRAM.
@comtoise.museum
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
De geschiedenis van de Comtoise/Morbier klokken vanaf het begin van de 18e eeuw tot hun einde aan het begin van de 20e eeuw wordt geïllustreerd door meer dan 600 horloges en beschreven in de boeken van Bernd Deckert.
De oorsprong van de Comtoise/Morbier klokken kan worden bewezen door de oudst bekende Haute-Saône Comtoise/Morbier klok en hybride Comtoise/Morbier klo, die worden tentoongesteld in het Comtoise/Morbier klokkenmuseum. De Mayets zijn belangrijke makers van torenuurwerken en belangrijke fabrikanten van Comtoise/Morbier klokken uit de Haut-Jura, maar zij zijn niet de uitvinders van de Comtoise/Morbier klokken.                                  De oudste bekende (tot op heden) Haut-Jura Comtoise/Morbier klok dateert uit 1709.
De grootste bekende en publiek toegankelijke collectie Comtoise-Morbier-uurwerken is te zien in het Comtoise/Morbier-Klokkenmuseum in Düsseldorf.
Het COMTOISE KLOKKEN ONLINE MUSEUM wordt beheerd door Angelika en Thomas Deckert GbR. in Duesseldorf. Antieke Klokken / Klokkenfabriek. 
Het Comtoise Klokken Museum en werd geopend op 25 augustus 2010. Bezoekersregistratie sinds 23 april 2011.
Het COMTOISE KLOKKEN ONLINE MUSEUM is gratis toegankelijk voor elke Comtoise-vriend.
Geen registratie - geen wachtwoord - geen kosten.
In onderstaande mappen vindt u honderden antieke Comtoise klokken. Gebruik de zoekfunctie *Zoekgalerij* rechtsboven om sneller te vinden wat u interesseert. Veel plezier met het betreden van de wereld van Comtoise-klokken.
Het Comtoise Klokken Museum in Duesseldorf werd opgericht in 2001 en was oorspronkelijk gevestigd aan de Suitbertusstr. 151 in D - 40223 Duesseldorf. In 2015 werd de horlogecollectie van het Comtoise Klokken Museum verplaatst naar Bonifatiusstr. 59/61 D -  40547 Duesseldorf - Alt Loerick. Op ruim 200 vierkante meter tentoonstellingsruimte staan ​​inmiddels ruim 600 Comtoise-klokken, die de ontwikkeling van deze beroemde Franse klokken vanaf circa 1700 tot het einde van de productie aan het begin van de Eerste Wereldoorlog laten zien.
Wilt u meer weten over dit museum, klik dan hier: www.comtoise.com
 
COMTOISE HORLOGES ONLINE MUSEUM. WAAROM?
De verscheidenheid aan Comtoise-horloges is zo groot dat er helaas nooit een collectie zal zijn die elk Comtoise-model bevat dat ooit is gemaakt. Het COMTOISE KLOKKEN ONLINE MUSEUM toont niet alleen alle Comtoise klokken die je in het Comtoise Klokken Museum kunt zien en aanraken, maar ook bijzondere exemplaren van enkele andere verzamelaars. Aarzel dus niet om contact op te nemen met het Comtoise Klokken Museum als u een zeldzaam Comtoise klok bezit dat in een museum gevonden zou moeten worden.
Onze kennis van de geschiedenis van Comtoise klokken groeit voortdurend, zodat een COMTOISE KLOKKEN ONLINE MUSEUM altijd up-to-date zal zijn, omdat anders dan in gedrukte literatuur data en teksten kunnen worden gecorrigeerd, foto's kunnen worden toegevoegd of verwijderd als dit nodig lijkt.
 
Het COMTOISE GASTENBOEK wacht op uw vriendelijke opmerkingen en opbouwende kritiek. Gebruik hiervoor de volgende link: www.comtoise.info
 
In de E-SHOP van het COMTOISE KLOKKEN ONLINE MUSEUM worden allerlei soorten antieke horloges met echtheidscertificaten en reserveonderdelen te koop aangeboden. Gebruik de volgende link: www.comtoise.biz
De E-SHOP werd geopend op 25 augustus 2011 en wordt voortdurend uitgebreid.
Deze website www.morbier-clocks.de van het Comtoise klokken Online Museum is gekoppeld aan de volgende websites www.comtoise.com + www.comtoise.de + www.comtoise.info + www.comtoise.biz + www.descartes-clocks .de + www.comtoise.shop
Al deze websites zijn eigendom van Angelika en Thomas Deckert GbR. in Duesseldorf.
Impressum + Algemene Voorwaarden (AV) zijn te raadplegen op de websites www.comtoise.com + www.comtoise.info.
Het gebruik van afbeeldingen en teksten van alle websites van A.u.T. Deckert GbR., zelfs in uittreksels, is in strijd met het auteursrecht en strafbaar zonder toestemming van de auteur of exploitant. Dit geldt ook voor reproducties, vertalingen, microverfilming en verwerking met elektronische media. Voor elk commercieel gebruik is de schriftelijke toestemming van de auteur of exploitant vereist.
Het Comtoise Klokken Online Museum is nog niet klaar. Verdere klokken en beschrijvingen in andere talen zullen nog steeds beschikbaar zijn.
 
Bezoek ons ​​snel weer.
 
P.S. Als u de *COMTOISE NEWSLETTER* regelmatig wilt ontvangen, stuur dan uw verzoek per e-mail naar: deckert (at) comtoise.de
XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Rondleiding door het COMTOISE KLOKKEN MUSEUM
in ADVENT 2026
Datum: 13.12.2026
TOEGANG VANAF 11:00 uur
Toegang via Bonifatiusstr. 61A binnenplaats
40547 Düsseldorf-Alt-Lörick
Start van de rondleiding om 11.15 uur
Bernd Deckert geeft u een levendig verslag van de 200-jarige geschiedenis van COMTOISE KLOKKEN in de Hoge Jura, evenals het ontstaan en de ontwikkeling van het Comtoise horloge in de 17e eeuw buiten de Hoge Jura. De UR-COMTOISE is te zien in het Comtoise Klokkenmuseum!
Als je wilt komen, reserveer dan van tevoren, want het aantal plaatsen is beperkt:
Tel: 0211 - 33 45 45 of per e-mail: deckert@comtoise.de
we verwelkomen je graag op 3 adventsdag!
 
De toegang is gratis.
 ]]></description>
				<language>nl-NL</language>
				<pubDate>Sat, 24 Oct 2026 15:07:20 +0000</pubDate>
				<lastBuildDate>Sat, 24 Oct 2026 15:07:20 +0000</lastBuildDate>
				<docs>http://blogs.law.harvard.edu/tech/rss</docs>
				<generator>Zenphoto RSS Generator</generator>
				
										<item>
							<title><![CDATA[11.Gesamt inkl.Pendel (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/11.gesamt-inkl.pendel.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="11.Gesamt inkl.Pendel in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/11.gesamt-inkl.pendel.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/11.gesamt-inkl.pendel_240_thumb.jpg?cached=1332107562" alt="11.Gesamt inkl.Pendel" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 6:06]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/11.gesamt-inkl.pendel.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 08:06:45 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[10 Schrauben Bef.Gussteil (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/10-schrauben-bef.gussteil.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="10 Schrauben Bef.Gussteil in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/10-schrauben-bef.gussteil.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/10-schrauben-bef.gussteil_240_thumb.jpg?cached=1332761945" alt="10 Schrauben Bef.Gussteil" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/10-schrauben-bef.gussteil.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:52 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[9.Hahn und Tragebl.Rückseite (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/9.hahn-und-tragebl.ruckseite.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="9.Hahn und Tragebl.Rückseite in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/9.hahn-und-tragebl.ruckseite.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/9.hahn-und-tragebl.ruckseite_240_thumb.jpg?cached=1332447934" alt="9.Hahn und Tragebl.Rückseite" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/9.hahn-und-tragebl.ruckseite.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:50 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[8.Loch Deckplatte (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/8.loch-deckplatte.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="8.Loch Deckplatte in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/8.loch-deckplatte.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/8.loch-deckplatte_240_thumb.jpg?cached=1330726913" alt="8.Loch Deckplatte" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/8.loch-deckplatte.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:48 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[7.Schlagwerk mech (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/7.schlagwerk-mech.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="7.Schlagwerk mech in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/7.schlagwerk-mech.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/7.schlagwerk-mech_240_thumb.jpg?cached=1330919612" alt="7.Schlagwerk mech" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/7.schlagwerk-mech.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:47 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[6. Uhrwerk (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/6.-uhrwerk.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="6. Uhrwerk in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/6.-uhrwerk.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/6.-uhrwerk_240_thumb.jpg?cached=1330097840" alt="6. Uhrwerk" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/6.-uhrwerk.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:43 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[5.Zifferblatt Rückseite (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/5.zifferblatt-ruckseite.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="5.Zifferblatt Rückseite in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/5.zifferblatt-ruckseite.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/5.zifferblatt-ruckseite_240_thumb.jpg?cached=1333493329" alt="5.Zifferblatt Rückseite" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/5.zifferblatt-ruckseite.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:42 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[4.untere linke Zbl Ecke (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/4.untere-linke-zbl-ecke.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="4.untere linke Zbl Ecke in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/4.untere-linke-zbl-ecke.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/4.untere-linke-zbl-ecke_240_thumb.jpg?cached=1330984392" alt="4.untere linke Zbl Ecke" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/4.untere-linke-zbl-ecke.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:41 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[2. Front Oberteil (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/2.-front-oberteil.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="2. Front Oberteil in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/2.-front-oberteil.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/2.-front-oberteil_240_thumb.jpg?cached=1330192837" alt="2. Front Oberteil" /></a><span style="font-family: Times; font-size: 16px;">

<strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong>

</span><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/2.-front-oberteil.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:35 +0000</pubDate>
						</item>
												<item>
							<title><![CDATA[1 Gesamtansicht (Nr. 10 MF)]]></title>
							<link>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/1-gesamtansicht.jpg.php</link>
							<description><![CDATA[<a title="1 Gesamtansicht in Nr. 10 MF" href="https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/1-gesamtansicht.jpg.php"><img src="https://morbier-clocks.de/cache/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/1-gesamtansicht_240_thumb.jpg?cached=1333270542" alt="1 Gesamtansicht" /></a><p class="MsoNormal" style="mso-pagination: none; tab-stops: 28.0pt 56.0pt 84.0pt 112.0pt 140.0pt 168.0pt 196.0pt 224.0pt 252.0pt 280.0pt 308.0pt 336.0pt; mso-layout-grid-align: none; text-autospace: none;"><strong>Comtoise mit Dreiviertelschlag auf 3 Glocken ( Petite Sonnerie ), 8 Tage Seilzugwerk mit Spindelgang. Rückseitig laufendes Bleibirnchenpendel, Gussbekrönung mit Hahn und 3 bourbonischen Lilien. Bombiertes Emailzifferblatt mit römischen Stundenzahlen und Viertelangaben 15, 30, 45 und 60 mit kleinen arabischen Zahlen. Sonnenzeiger.<br />Wenn die Bastler, die diese zahlreichen Comtoise Uhrwerke mit Teilen anderer Uhren verheiratet haben, gewusst hätten, dass es diesen Zifferblatttyp – bombiert, röm.Stundenzahlen mit Viertelangaben -<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>im 18. Jahrhundert auf Comtoise Uhren noch gar nicht gab, dann wären sicherlich die stilmäßig richtigen Zifferblätter montiert worden.<br />Dieses Uhrwerk mit diesem Zifferblatt stammt aus der Zeit um 1820/1825, als nämlich die ersten geprägten Messingzierbleche mit einem Zifferblattwulst, der den schmalen verbliebenen Rand des Emailzifferblatts mit Viertelzahlen verdeckte, montiert wurden und die dann zusätzlich noch an einer Metallstütze mit einer kleinen Schraube befestigt wurden. Auch diese Uhr hier hat eine solche Stütze besessen, denn in der oberen Käfigplatte gibt es das entsprechende kleine Loch ( siehe Detailfoto ).<br />Zusätzlich waren die geprägten Zierbleche dann noch am unteren Rand mit meist zwei kleinen Schräubchen am Trageblech befestigt. Diese beiden Löcher wurden hier zugelötet, aber sie sind noch erkennbar ( auf dem Detailfoto unterstützen zwei kleine Nägelchen mit Ihren Spitzen unsere Augen ).<br />Das Zifferblatt selbst musste neu befestigt werden, da die rückseitigen Kupferstifte des Originalzifferblatts abgebrochen waren. Dazu wurde der Zifferblattrand im unteren Bereich unter die Ecken der beiden Reprozierecken geschoben, wohingegen er im oberen Bereich durch das Gusszierteil gehalten wurde. Das Gusszierteil selbst ist auch neu, denn es erhielt M 3 Gewinde<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>( auf dem entsprechenden Detailfoto sehen Sie eine neue M 3 Messingschraube, die ich eingedreht habe , neben der benutzten alten Schraube ). Die bei dieser Uhr verwendeten Messingschrauben stammen jedoch aus dem späten 19.Jahrhundert und sind diejenigen Schrauben mit Muttern , mit welchen man die geprägten Messingumrandungen auf den Uhrwerken befestigt hatte. Die Steigung des Gewindes entspricht nicht ganz derjenigen der metrischen Schraube, aber mit ein wenig Kraft lässt sie sich eindrehen, wobei sich ihr Gewinde verformt. Die große Glocke mit 160 mm Durchmesser ist zu groß für das Uhrwerk. Damit sie  nicht an das Gusszierteil anstößt, wurde der Glockenträger nach hinten gebogen, so dass sie nun nach hinten um 2 Zentimeter über den Werkkäfig hinausragt. Der maximale Durchmesser einer Glocke für dieses Uhrwerk wäre 140mm.<br />Durchmesser des Zifferblatts:<span style="mso-spacerun: yes;">  </span>240<br />Käfig: 279 x 269 x 148 HxBxT/Werk: 422 x 269 x 170 HxBxT (alle Maße in mm )</strong></p><br />Date: 27.10.2010 5:42]]></description>
															<category><![CDATA[Nr. 10 MF]]></category>
															<guid>https://morbier-clocks.de/mariagen-faelschungen/nr.-10-mf/1-gesamtansicht.jpg.php</guid>
							<pubDate>Wed, 27 Oct 2010 07:42:33 +0000</pubDate>
						</item>
									</channel>
		</rss>
		