No. 461
CUM Comtoise klok met spillegang en vouw slinger uit circa 1825/1830. Maanduurwerk, half en vol uurslag op bel met herhaling van de voluut na 2 minuten. Geëmailleerde wijzerplaat met arcade-vormige minutenbaan, Romeinse cijfers voor uren en kwartieren, gekleurde voorstelling van een bloem in Empire stijl over Romeinse VI. Tweedelige messing wijzerplaat in reliëf met zonnekop en strik van lint over fruitschaal, aan de zijkanten omlijst door acanthus en 2 dennenappels, vgl. ook de klokken in vol. 1, nr. 38 CUM en klok nr. 314 pagina 314. IJzeren wijzers met geschroefde kleine messing sterren.
Diameter wijzerplaat: 245
Afmetingen kooi: 302 x 271 x 160 HxBxD
Afmetingen uurwerk: 465 x 273 x 180 HxBxD
Lengte slinger: 1160 ( alle afmetingen in mm ).
Illustratie nr. 4 toont de rechter bovenkant van deze klok, terwijl illustratie nr. 5 de bovenkant van klok nr. 38 CUM toont. Het is duidelijk te zien dat dit twee verschillende stempels zijn, aangezien nr. 38 CUM geen zaden op de dennenappels heeft, terwijl nr. 461 CUM, maar ook nr. 314, zaden in de dennenappels heeft gestempeld. Er waren dus 2 verschillende gereedschappen/impressiemallen. Beide mallen zijn gebroken, gerepareerd en opnieuw gebruikt. De breuklijnen die zichtbaar zijn in het reliëf zijn verschillend op de twee modellen. De breuklijn in de rechter dennenappel is opvallend in beide reliëfs. Tot op heden ken ik geen klok met een reliëf zonder breuklijnen!